en wij...
Kunnen we nog meer doen?
U wilt iets bijdragen?
De Stichting Stimuleringsfonds Alternatieven voor Proefdieren
Kunnen we nog meer doen?
Onderzoek met proefdieren vindt grotendeels plaats voor de gezondheid en veiligheid van de mens. En voor het vergroten van kennis over ziekte.
Een burger heeft weinig invloed wanneer het gaat om het onderzoek met proefdieren voor volksgezondheid. Belangrijk is te weten welke prijs wordt betaald voor de groeiende behoefte aan veiligheid van onze maatschappij. Wanneer wij van alle stoffen die ons omringen precies willen weten wat hun (schadelijke) eigenschappen zijn, betekent dat nieuwe dierproeven.
Je kunt ook invloed hebben door bewust koopgedrag en (niet-voorgeschreven) medicijngebruik. Door te kiezen voor cosmetische en schoonmaakproducten die niet op dieren zijn getest.
Eigenlijk zijn we wel iets verplicht aan de dieren die helpen ons beter te maken, toch?
U wilt iets bijdragen?
Nadenken en discussiëren over het probleem is erg belangrijk. Daardoor dringt ook tot de overheid en politiek door dat meer moet gebeuren op het gebied van alternatieven. Maar ook onderzoekers worden beïnvloed: degenen die naar alternatieven zoeken krijgen steun en anderen vragen zich eerder af of het anders kan.
Maar een financiële bijdrage kan natuurlijk ook.
De Stichting Stimuleringsfonds Alternatieven voor Proefdieren
heeft als doel te bevorderen dat het gebruik van proefdieren voor medische doeleinden wordt beperkt tot de werkelijk noodzakelijke proefnemingen en dat alternatieven voor het gebruik van proefdieren zo goed mogelijk worden benut. Verder wil men over het algemeen het welzijn van de dieren bevorderen.
U bent zeer welkom een gave, groot of klein, aan deze Stichting over te maken. Bankrekeningnummer 78.47.37.487 ten name van Stichting Stimuleringsfonds Alternatieven voor Proefdieren te Maarn.
De belastingdienst heeft de stichting aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), waardoor giften voor de inkomstenbelasting van de schenker aftrekbaar zijn.
www.proefdierenalt.nl
overheid en politiek
Verantwoordelijkheid van de overheid
De rol van de politiek
Verantwoordelijkheid van de overheid
In de wet op de dierproeven van 1996 (1977) staat dat elke proef eerst beoordeeld moet worden door een commissie: de Dierexperimentencommissie (DEC). Die bekijkt of het belang van de mens (gezondheid en veiligheid) opweegt tegen het lijden (ongerief) van het dier. Kan de proef niet op een andere manier gedaan worden, zonder of met minder dieren? De DEC’s doen goed werk en besparen dierenleed, maar er zijn ook kritische geluiden over het gebrek aan openheid en over de samenstelling van de commissies.
De overheid moet toezien op de kwaliteit van de opleidingen van mensen die met proefdieren te maken hebben: voor onderzoekers, verzorgers en technici.
De rol van de politiek
Het politieke leven in Nederland speelt zich af in de Tweede Kamer. De politieke partijen vertegenwoordigen de kiezer. Sommige partijen hebben dierenwelzijn hoog in het vaandel staan. (Een partij is er zelfs specifiek voor opgericht.)
In de Tweede Kamer moet het gebeuren, daar worden wetten gemaakt. Ook wetten om dieren te beschermen.
Op allerlei manieren kunnen wij invloed uitoefenen. Door meer aandacht voor dieren bij de partijen te verlangen. Door bewust te stemmen.
alternatieven
Alternatief = anders
Ontstaan van de drie V’s
Waarom zijn er niet meer alternatieven?
Mensen moeten er anders tegenover gaan staan
Alternatief = anders
Hier betekent het dat men in plaats van dieren andere middelen toepast. Andere methoden. Ook het Nationaal Kennis Centrum Alternatieven (NKCA) werkt hard om diervrije methoden te ontwikkelen en te bevorderen. Probleem is dat de overheid minder geld wil besteden voor onderzoek naar alternatieven dan voor ‘gewoon’ onderzoek met proefdieren.
Een omslag in deze opvatting is nodig.
Ontstaan van de drie V’s
Onderzoekers vinden het niet leuk om dieren te kwellen. Velen zijn echte dierenliefhebbers. De wetenschappelijke wereld zoekt zelf naar mogelijkheden het proefdiergebruik terug te dringen.
Twee Britse geleerden hebben een heldere aanzet geformuleerd: de drie V’s. Vervanging, Vermindering en Verfijning.
Vervanging en vermindering spreken voor zich.
Maar ook verfijning is belangrijk: maak het voor de dieren zo aangenaam mogelijk. Een goede huisvesting, een stressvrij bestaan, door tegemoet te komen aan hun natuurlijke behoeften. En vooral: richt de proef zo in dat de dieren er zo min mogelijk last van hebben.
Apen bijvoorbeeld, hebben geleerd zelf een arm aan te bieden voor een prik, waardoor ze niet opgejaagd en in een houdgreep genomen hoeven te worden.
Waarom zijn er niet meer alternatieven?
Dat is dus een kwestie van geld. Maar ook van mentaliteit. Hoeveel heeft de maatschappij, lees: politiek en publiek, er voor over om daar onderzoek naar te doen?
De overheid schrijft dierproeven voor bij testen op veiligheid en doeltreffendheid van (genees)middelen en neemt niet gemakkelijk genoegen met resultaten die met alternatieven verkregen zijn. Vooral niet als de uitkomst ongunstig is. Dan wordt al gauw toch een dierproef geëist om te zien of de uitkomst dan wel gunstig is.
Mensen willen 100% zekerheid, hoewel ze in het hele leven moeten accepteren dat op geen enkel gebied 100% zekerheid bestaat, ook niet met dierproeven.
Mensen moeten er anders tegenover gaan staan
Anders gaan denken. Onder ogen zien dat het leven ongewis is.
Zelfs de best geteste (op dieren) medicijnen blijken na verloop van tijd soms gruwelijke bijwerkingen te hebben (Softenon, Vioxx).
Wanneer wetenschappelijk is vastgesteld dat een alternatieve methode, dus zonder dieren, goede resultaten geeft, moeten publiek en overheid dat accepteren.
Onderzoekers, patiënten, hoofden van ziekenhuizen, overheden – moeten ophouden te roepen om dierproeven voor de schijnveiligheid.
Er moeten minder dieren gebruikt worden, en iedereen kan aan dit voornemen op eigen wijze, op eigen gebied, een bijdrage leveren.
www.nca-nl.org (NCA)
dierproeven
Korte geschiedenis
Verantwoordelijkheid
Regels
Wet op de dierproeven
Korte geschiedenis
Al vanaf de Griekse oudheid worden proeven op dieren gedaan. Eerst vooral uit nieuwsgierigheid. In de 14e en 15e eeuw gaat men lijken open snijden om te zien hoe een mens er van binnen uitziet. Stiekem: ‘de kerk’ staat het niet toe. Geleerden (vaak ook kunstenaar) als Michelangelo, Leonardo da Vinci, doen hier enthousiast aan mee.
De overeenkomst tussen mensen en zoogdieren wordt steeds duidelijker: er is een bloedsomloop, een spijsverteringssysteem, er zijn organen.
Om meer over ziekten en geneeswijzen te weten te komen, gaat men stelselmatig proeven doen op levende dieren. Niet zachtzinnig, zonder verdoving (die bestaat dan nog nauwelijks): dieren voelen immers geen pijn, zoals mensen!
Verantwoordelijkheid
In de 19e eeuw wordt duidelijk dat mens en dier gemeenschappelijke voorouders hebben. Darwin toont dat aan in zijn spraakmakende (nu nog steeds) boek ‘The Origin of Species’ (Oorsprong der soorten). De relatie is rechtstreeks aantoonbaar bij mensapen.
Veel onderzoek naar dieren volgt. Hebben ze een bewustzijn, een eigen identiteit, wat voelen ze, wat zijn hun gedragspatronen?
Dieren blijken wel degelijk pijn te voelen. Ze lijden onder stress en angst. Ze zijn zich zeer wel van veel dingen bewust. Het onderzoek gaat door.
De mens heeft de macht over het dier. Dan rijst de vraag: erkennen mensen hun verantwoordelijkheid?
Regels
Wanneer een mens dieren onder zijn hoede neemt, is hij verantwoordelijk. Dat besef wordt duidelijker. Daarom zijn regels opgesteld over omgang met dieren, ook met proefdieren. Er is nu een wet waarin is vastgelegd dat een dierproef alleen mag worden uitgevoerd als deze van groot belang is voor de mens en zijn gezondheid en er absoluut geen andere manier is om deze kennis te verkrijgen.
Wet op de dierproeven
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) houdt toezicht op de naleving van de Wet op de Dierproeven (Wod). Jaarlijks maakt de VWA een overzicht over het aantal dierproeven dat is uitgevoerd, waarvoor en op welke dieren deze dierproeven werden verricht.
Het jaaroverzicht draagt de naam Zo doende.
www.vwa.nl
De Dierenbescherming waakt:
www.dierenbescherming.nl Zoek naar dierproeven onder ‘Dier & Welzijn’.
dieren
Waarom worden dieren gebruikt voor onderzoek?
Welke diersoorten worden gebruikt?
Hoe ziet het leven van een proefdier eruit?
Huisvesting
Lijden
Einde
Waarom worden dieren gebruikt voor onderzoek?
Wij vinden het over het algemeen niet aanvaardbaar dat er onderzoek op mensen wordt gedaan. (Zoog)dieren lijken in veel opzichten op ons. Toch moet bij elk onderzoek afgewacht worden of de uitslag ook voor mensen geldt.
Welke diersoorten worden gebruikt?
De meest gebruikte proefdieren zijn muizen en ratten. Ze vermenigvuldigen zich snel. Daardoor kan in korte tijd een grote groep sterk op elkaar lijkende dieren gefokt worden. Dat is voor veel proeven belangrijk.
Per onderzoek kiest men voor een dier dat het meest geschikt is om met mensen te vergelijken.
Om een paar voorbeelden te noemen: het hart, de bloedsomloop en de huid van varkens lijken erg op die van mensen. Geiten worden gebruikt voor onderzoek naar botten en gewrichten; konijnen voor oogonderzoek en vaccins. Ook apen (malaria, multiple sclerose, ziekte van Parkinson), honden, katten, cavia’s, en in mindere mate, vogels en vissen worden ingezet. Soms worden dieren uit het veld gevangen: eenden, ganzen, zeehonden, mollen, vossen enzovoort.
Onderzoek aan mensapen is in Nederland verboden.
Hoe ziet het leven van een proefdier eruit?
Saai! Maar verveling is een ernstige vorm van stress!
Wanneer ze de mogelijkheid krijgen hun natuurlijke gedrag vol te houden, hebben ze een redelijk bestaan. Voor dieren die in groepsverband leven is het al erg belastend apart gezet te worden voor een proef.
Na de proef worden ze vaak gedood, óf omdat ze niet meer beter kunnen worden, óf voor onderzoek aan hun organen. Soms gaan ze na de proef terug naar hun soortgenoten. Om eventueel nog een proef te ondergaan. Een ‘pensioen’-plaats vinden buiten het laboratorium is moeilijk, bij honden en katten lukt dat wel eens.
Naar boven
Huisvesting
Stress is slecht voor het dier. Maar ook voor de betrouwbaarheid van de proef. Het gaat goed als de dieren zich onbekommerd gedragen, zonder dwangmatige bewegingen of overdreven schrikachtig gedrag.
Voor muizen en ratten is redelijke huisvesting nog simpel. Ze leven in groepsverband en hebben jongen. Om verveling tegen te gaan krijgen ze speeltjes en huisjes (verrijkingsmateriaal). De bakken (kooien) zouden vaak groter moeten zijn.
Voor andere dieren ligt het moeilijker.
Honden worden lang niet altijd uitgelaten, vaak afhankelijk van de toewijding van verzorgers. Varkens en geiten zouden eigenlijk tussen proeven en erna op een speciale boerderij moeten worden opgevangen.
Lijden
Laten we er geen doekjes om winden!
Door de proeven lijden dieren. Soms valt het mee: gering ‘ongerief’. Soms is het heel erg: ernstig ‘ongerief’. En een aantal stappen daartussen.
Dieren kunnen wennen aan (be)handelingen door ze te trainen en te belonen. Steeds meer verzorgers leren hoe ze de dieren op hun gemak kunnen stellen. Dat neemt enig leed weg, maar is nog niet overal de routine.
Operaties en pijnlijke ingrepen gebeuren onder narcose en na de behandeling vormt pijnbestrijding een vast onderdeel van de genezing.
Er zijn echter proeven waarbij pijnbestrijding de uitkomsten ongunstig kan beïnvloeden. Dan is het leed voor het dier aanzienlijk. Tot hoever mag dat gaan?
Einde
Er zijn afspraken gemaakt om ‘humane’ eindpunten vast te stellen. Het dier wordt dan uit zijn lijden verlost.
De folder en deze website hebben tot doel de mensen hierover te laten nadenken. Een discussie te beginnen: dieren betekenen al heel veel voor de gezondheid van mensen. Dat accepteren we.
Maar wanneer is het echt genoeg?
Het Nederlands Centrum voor Alternatieven voor dierproeven (NCA) heeft een cd rom gemaakt: ‘Humane endpoints in laboratory animal experimentation’. Hiermee worden onderzoekers en allen die met proefdieren werken, voorgelicht over hoe je pijn zoveel mogelijk kunt verlichten en hoe je het moment bepaalt waarop er een punt achter gezet moet worden. Er is ook een Nederlandse versie van deze cd.
Naar boven
Veel mensen hebben er nooit bij stilgestaan, dat proefdieren gebruikt worden voor de medicijnen die ze slikken of de medische behandelingen die ze ondergaan.
Netty, Aya, Marjolein en Janne hebben het initiatief genomen om aandacht te vestigen op het bestaan van ‘het proefdier’. Opdat mensen zich bewust worden van wat het allemaal betekent voor de dieren. Opdat ze zich kunnen inzetten om het proefdiergebruik terug te dringen en andere methoden, de alternatieven voor onderzoek meer kansen te geven.

Netty van Lookeren Campagne is coördinator Train
Aya Gillissen is grafisch ontwerper
Marjolein van Boxel is medewerker NKCA
Janne Kuil is beleidsmedewerker Dierproeven van de Dierenbescherming.
Onze sponsor:
De Stichting Proefdier en Maatschappij is opgericht in 1973 en wil een bijdrage leveren aan een zo verantwoord mogelijk gebruik van proefdieren, door het bevorderen van onderwijs en onderzoek op het gebied van proefdierkunde, daaronder mede begrepen het welzijn van proefdieren en alternatieven. Bij de bevordering van het onderwijs staat de stichting ook voor ogen: het verstrekken van informatie over dierproeven aan de samenleving.
De Stichting Stimuleringsfonds Alternatieven voor Proefdieren heeft als doel een bijdrage te leveren aan de beperking van het proefdiergebruik en het bevorderen van het welzijn van proefdieren.
Bijdragen voor dit doel zijn van harte welkom op rekeningnummer 78.47.37.487, ten name van de stichting (zie boven), te Maarn.
www.proefdierenalt.nl
Three R’s Alternatives Initiating Network
TRAIN stelt zich ten doel om vanuit haar specifieke kennis en ervaring het verantwoord omgaan met proefdieren te bevorderen, daarbij inbegrepen het stimuleren van initiatieven die het gebruik van proefdieren kunnen doen verminderen, vervangen en/of verfijnen.
Het netwerk TRAIN bestaat uit individuen die zich uit persoonlijke betrokkenheid en op persoonlijke titel inzetten voor de verbetering van het welzijn van proefdieren.
TRAIN bestaat uit de volgende leden (alfabetische volgorde):
prof. dr Vera Baumans, prof. dr Bas Blaauboer, drs Paul de Greeve, prof. dr Peter Heidt, prof. dr Coenraad Hendriksen, dr Harry van Herck, Netty van Lookeren Campagne (contact/coördinatie), prof. dr Frauke Ohl, prof. dr Merel Ritskes-Hoitinga, prof. dr Bert van Zutphen.
TRAIN is opgericht in 2006.
info.train@xs4all.nl
opzet en regie Netty van Lookeren Campagne
bijdragen Janne Kuil
illustraties lunadepuna.nl
ontwerp gillissen vormgeving bno, amsterdam
bouw website grobbel & dreis, www.dreis.nl